Meer natuur voor pittig fruit

De teelt van appel en peer is erg afhankelijk van bestuiving. De regio's waar dit project werd uitgerold betreft de belangrijkste productiegebieden voor appel en peer in Nederland en Vlaanderen. 

Het project stimuleerde telers om de bestuivingszekerheid te vergroten door wilde bijen in de boomgaard aan te trekken en populaties ervan op te bouwen. Zoals verwacht werden deze voornamelijk bezet met metselbijen. Het is niet zeker of telers in de toekomst nog voldoende honingbijen ter beschikking hebben (wintersterfte). Echter, deze metselbijen blijken in alle omstandigheden zinvol: bij koud of winderig weer vliegen honingbijen vrijwel niet, metselbijen wel. Het zijn tevens beduidend efficiëntere bestuivers. Ze vliegen ook op de peer Conférence in tegenstelling tot honingbijen. Meer bestuiving bij deze peer zorgt voor meer pitvorming, en zo voor een betere vruchtvorm en -grootte.Dit kon ook in het kader van dit project worden vastgesteld. 

Het is verrassend dat in elke regio deze populatie-opbouw zich erg gelijkaardig voltrok (spontaan vanuit de omgevende natuur). Zeker gezien het diverse soorten metselbijen betrof (de gehoornde metselbij in Vlaanderen, de rosse mestelbij in de Nederlandse regio's). De telers zijn moeilijker te overtuigen om bloemrijke heggen aan te planten, die belangrijk zijn om deze bestuivers in de boomgaard te houden (er dient voedsel aanwezig te zijn ook voor en na de bloesem). Dit komt vooral voort uit plaatsgebrek (elke m² is 'benut'). Bij een grondige inventarisatie blijkt dat dikwijls toch 'vrije' ruimte' voor deze heggen wordt gevonden. Door opsnoei in 'parasolvorm' is tevens weinig effectieve grondruimte nodig voor een toch wijd uitgroeiende bloemrijke heg. Het voordeel naar natuurlijke plaagbestrijders toe is zeker relevant: heggen zijn hiertoe erg nuttig. Dit zou ook als gevolg kunnen hebben dat omzichtiger wordt omgesprongen met gewasbeschermingsmiddelen. Dit kon niet effectief worden vastgesteld in het kader van dit project.  

Alle ervaringen vanuit het project, en relevante kennis uit studies, werd in een mooi verzorgde brochure opgenomen waarmee andere geïnteresseerde telers aan de slag kunnen. 

Er is evenwel nog bijkomende opvolging nodig om deze techniek op punt te stellen: de kastinhoud (nestmateriaal voor bijen, bij voorkeur bamboe) dient om de paar jaar te worden vervangen. RLZH zal dit verder opvolgen bij minstens 20 van de 30 telers van de regio de komende 2 jaren (2020-21) en zal ervoor zorgen dat deze kennis wordt verspreid naar de telers in de andere regio's.  

Ook de directe omgeving van de boomgaarden is mee bepalend voor wilde bijen: vnl. in wegbermen en tuinen is nog veel 'winst' te realiseren inzake stuifmeel- en nectarvoorziening. Het project bleek een ideale kapstok om gemeenten te overtuigen specifieke natuurmaatregelen te nemen in openbaar domein. 

Het project werd op een veelheid van evenementen voorgesteld, zowel 'professioneel' (naar fruittelers) als voor breed publiek: open deurdagen, bloesemfeesten, info-avonden, en 2 symposiums. 'Bijen en bestuiving' blijken een voorlopig blijvend 'hot topic' te zijn waarrond vlot een breed publiek gesensibiliseerd kan worden. Dit project biedt aanleiding om hiermee door te gaan de volgende jaren. De fruittelers met populaties wilde bijen zullen een dankbaar uithangbord blijven voor andere telers om met wilde bestuivers aan de slag te gaan. Dit verbreedt zeker ook het draagvlak bij bewoners in fruitstreken: de teler is geen 'gifspuiter' maar heeft er alle belang bij om de natuur te versterken en in zijn voordeel te laten werken. Het feit dan maatregelen voor bestuivers én natuurlijke plaagbestrijding gelijkaardig zijn, versterkt de kansen om hier verder op in te zetten.   

Er werden mede naar aanleiding van dit project twee FWO-SB onderzoeksprojecten opgestart die volledig in de lijn liggen van dit project, aan UGent en aan KULeuven. Deze deden ook beroep op te telers die deelnamen, en op de gegevens van dit project.

finale update: mei 2020

Alle projecten

Project verantwoordelijke

Regionaal Landschap Zuid-Hageland

Totale subsidiale kosten

Op een totaal budget van € 1.299.127,04 levert Interreg een bijdrage van € 649.563,52 (50%).

Nieuws & events

Alle berichten