Crisisbeheer, gezondheidszorg en Europese minimumloonnorm verdienen aandacht in grensregio's

Verschillende beleidsmaatregelen in twee of meer buurlanden hebben grote effecten op grensregio’s. Dit is onder meer het geval bij grensarbeid, toegang tot gezondheidszorg en bij de coronamaatregelen. Grensregio’s zijn dan ook gebaat met een betere samenwerking tussen de Europese lidstaten. Dat staat in het nieuwe grenseffectenrapport van het Institute for Transnational and Euregional Crossborder Cooperation and Mobility (ITEM). 

Het Institute for Transnational and Euregional Crossborder Cooperation and Mobility (ITEM) is een expertisecentrum dat wetenschappelijk onderzoek verricht  naar grensoverschrijdende samenwerking en mobiliteit en daarmee meer inzicht wil geven in Europese en nationale wets-en beleidsinitiatieven. Jaarlijks onderzoekt het centrum een aantal actuele kwesties. Dit jaar  focuste het op minimumloon, thuiswerken vanwege de COVID-19 pandemie, crisisbeheer en gezondheidszorg.   

Beleidsmakers op regionaal, nationaal en Europees niveau hebben met dit grenseffectenrapport een waardevol hulpmiddel in handen wanneer ze beslissingen moeten nemen over wet- en regelgeving met effecten voor grensregio’s. Voor decentrale overheden zijn de bevindingen op het vlak van crisisbeheer en gezondheidszorg relevant.

Minimumlonen

Het eerste thema, minimumlonen, is dit jaar zeer actueel gezien de Europese Commissie een bindend gemeenschappelijk Europees kader voor toereikende minimumlonen wil invoeren. Vorig jaar deed ze hiertoe het voorstel deed om een minimumloonnorm in te voeren. Het was dus interessant om te bekijken wat de mogelijke grensoverschrijdende effecten van deze nieuwe richtlijn zouden kunnen zijn. Kan dit grensoverschrijdende arbeidsmarkten, euregionale ontwikkeling en cohesie bevorderen, zoals de Europese Commissie wil bereiken? ITEM werkte hiervoor samen met het Transfrontier Euro-Institut Network (TEIN).  

Thuiswerken na de Covid-pandemie

Tijdens de COVID-19 crisis is het thuiswerken steeds meer de norm geworden. De verwachting is dat dit ook na de crisis in zekere mate zal blijven bestaan. In Nederland en Duitsland zijn al beleidsinitiatieven in die zin genomen. 
Maar voor grensarbeiders kan het (gedeeltelijk) thuiswerken verstrekkende gevolgen hebben. Wanneer een grensarbeider straks deels thuiswerkt en deels op de werkplek in een ander land, dan is die strikt genomen werkzaam in minimaal twee lidstaten. De Europese wetgeving bepaalt dat indien 25% of meer van de arbeidstijd en/of salaris in de woonstaat wordt doorgebracht of verkregen de wetgeving van de woonstaat van toepassing is. Dit kan onder meer leiden tot een andere belastingheffing en andere toewijzingsregels betreffende de sociale zekerheid.
Zowel voor werknemer als voor werkgever kan thuiswerken dus voor extra kosten en een complexe administratie zorgen. Dit kan ertoe leiden dat grensarbeid niet langer interessant is, of dat het thuiswerken voor deze groep wordt belemmerd. Hiermee komt een duurzame socio-economische ontwikkeling van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt in zijn geheel op de helling te staan. Daarom wordt er best bilateraal op fiscaal vlak gekeken naar een thuiswerkprotocol voor grensarbeiders.

Crisisbeheer 

Net als in 2020 werden ook dit jaar de effecten van de coronacrisis onderzocht. Deze keer lag de nadruk op de gevolgen van de nationale crisismaatregelen voor de samenwerking in de grensregio van de verschillende lokale en regionale crisisteams.

Een eerste vaststelling is dat het opnieuw niet mogelijk bleek om nationale (regionale) maatregelen tijdig op elkaar af te stemmen. Dat wil zeggen dat in buurlanden winkels, horeca of scholen op verschillende momenten moesten sluiten en dat er verschillende regels op het vlak van thuiswerk of uitgaan bestonden. Dit zorgde voor veel complexiteit. Grensregio’s waren dan ook meer bezig met het oplossen van praktische problemen ten gevolge van de verschillende maatregelen dan dat er kon worden samengewerkt om de zorg te ontlasten. 

Ten tweede zorgde de louter nationale opvolging van de besmettingscijfers voor een crisisbeheer met enkel oog voor maatregelen binnen de eigen grenzen. Volgens ITEM is het echter essentieel dat in grensregio’s ook wordt gekeken naar de  geografische nabijheid.

Hoewel het euregionale EMRIC-netwerk en de EMR het afgelopen jaar een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in de informatieuitwisseling en grensoverschrijdend crisismanagement, waren zij niet voorbereid op een crisis van deze omvang en over zo’n lange periode. ITEM stelt dan ook duidelijk dat er nood is aan een euregionaal crisismanagement.

Een euregionaal crisisteam zou in geval van een pandemie moeten worden opgericht om grensoverschrijdende protocollen en overeenkomsten te ontwikkelen en de grensoverschrijdende samenwerking tussen gezondheidsactoren te structureren. Dit is de enige manier om er in de toekomst voor te zorgen dat de nodige ruimte voor grensoverschrijdende samenwerking blijft bestaan, ondanks de nationale crisismaatregelen. Dit is echter alleen mogelijk met de volledige steun van de nationale en regionale regeringen.

Gezondheidszorg

Grensoverschrijdende gezondheidszorg is voor grensregio’s van essentieel belang. De praktijk leert echter dat er grote verschillen kunnen zitten in de gezondheidszorg tussen verschillende lidstaten. Dit kan inwoners van grensgebieden belemmeren in de toegang tot adequate gezondheidszorg. Zij maken immers vaak gebruik van gezondheidsdiensten over de grens. 

Uit het rapport van ITEM blijkt dat bijvoorbeeld Belgische burgers vaak geen vergoedingen krijgen voor hun geplande medische zorg in Nederland omdat ze een Belgische zorgverzekeraar hebben. De COVID-19 pandemie en de toenemende vergrijzing laten zien dat het belangrijk is om deze belemmeringen aan te pakken en dat adequate zorg in Europa overal toegankelijk moet zijn, met name in grensregio’s.

De bestaande Europese richtlijn wordt momenteel herzien door de Commissie. ITEM heeft hiervoor verschillende “succesfactoren” voor de totstandbrenging van een goed functionerende gezondheidszorg in grensregio’s geformuleerd. Hierbij ligt de nadruk op flexibele regelingen en samenwerking op verschillende niveaus, met name tussen zorgverzekeraars en decentrale en nationale overheden.

Bekijk hier het volledige rapport 

Alle berichten