Verontreinigde terreinen krijgen tweede kans

Door Maxime Huysentruyt

In RESANAT test een Vlaams-Nederlands consortium natuurgebaseerde saneringstechnieken. Na een projectperiode van drie jaar blijkt op basis van resultaten dat natuurgebaseerde saneringstechnieken inzetten een zinvolle aanvulling kan zijn op de vaak kostelijke en intensieve conventionele saneringstechnieken.

RESANAT staat voor ‘restverontreiniging saneren met natuurgebaseerde technieken’. Vaak bevatten gesaneerde sites nog restverontreiniging. Dit is een beperkte hoeveelheid verontreiniging die traditionele saneringstechnieken moeilijk helemaal weg krijgen. In RESANAT wordt die restverontreiniging aangepakt met technieken, gebaseerd op natuurlijke processen. Zo worden planten, micro-organismen en natuurlijke materialen en processen ingezet. Hierdoor zijn er veel minder handelingen en drastische ingrepen nodig met een invloed op de natuur en de omgeving. Bovendien is de CO2-uitstoot, de kost en de ecologische voetafdruk lager. De technieken dragen zo bij aan ecosysteemdiensten zoals bijvoorbeeld koolstofopslag, biodiversiteit en waterregulatie.

Op drie testlocaties in Vlaanderen en Nederland werden de voorbije jaren proefprojecten uitgevoerd:

In Gent (VL) werd gewerkt met reactieve matten in het kanaal De Lieve die de verontreiniging moeten opnemen. Hierbij worden absorberende stoffen toegepast die de verontreiniging vast zet of laat bufferen zodat het ontvangende (oppervlakte)water en de daarin aanwezige ecologie geen pieken krijgt te verduren. Reactieve matten zijn daarenboven gericht op meerjarige behandeling van uitstromend grondwater, zodanig dat ecologische en/of humane risico’s worden voorkomen en aan EU-milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater voldaan wordt. “Aangetoond is dat de instroom van bodemverontreiniging in het kanaal de Lieve sterk verminderd kan worden door het gebruik van een reactieve matconstructie met natuurlijke adsorptiematerialen. Hierdoor verbetert de kwaliteit van het oppervlaktewater aanzienlijk”, aldus Tobias Praamstra van onderzoeksbureau Tauw .

In ’s Gravenmoer (NL) werd dan weer geëxperimenteerd met biostimulatie, ofwel het versnellen van biologische afbraak van verontreiniging in grond door middel van micro-orgaismen. Pierre Timmermans (Dura Vermeer Infra Milieu) getuigt: “Voor de locatie ’s Gravenmoer geldt dat de pilots, maar zeker ook de onderzoeken veel informatie hebben opgeleverd. Uit de 2 anaerobe pilots lijkt de voorlopige conclusie dat sulfaat niet de oplossing zal zijn en dat nitraat meer kans maakt voor een succesvolle stimulatie van de bodembiologie. De biologische waterzuivering draait zeer succesvol en heeft een bijdrage geleverd in de aerobe pilot.

Het derde en laatste project ging om fytoremediatie, de inzet van planten voor zuivering van verontreinigde grond en grondwater, op de Carcoke-site in Zeebrugge (VL), waar Bio2Clean aan de slag was. Dirk Dubin (Bio2Clean): “Voor het fytoremediatie-project blijkt zowel uit het haalbaarheidsonderzoek als uit de monitoring van het project dat PAK (Polycyclische aromatische koolwaterstoffen)-afbrekende micro-organismen aanwezig zijn en in staat zijn naftaleen te metaboliseren en dit zowel op de Carcoke-site als op de fytopiles. Dit project leert ons verder welke monitoringstechnieken voor dit soort verontreiniging gepast zijn om het effect van fytoremediatie aan te tonen, meer bepaald het onderzoek van micro-organismen en afbraakproducten alsook het monitoren van grondwater- en massafluxen (iFLUX).”

Er werd in RESANAT niet allen gekeken naar natuurgebaseerde saneringstechnieken maar ook gebruik gemaakt van innovatieve meetmethodes.

Meten is weten! Alvorens effectieve oplossingen uit te werken is een duidelijk beeld van het probleem essentieel. De verspreiding van o.a PAK-verontreinigingen vertoont onder invloed van de densiteit van de producten en de subtiele variaties in bodemopbouw typisch een erg grillig traject. Dankzij de inzet van moderne on-site meettechnieken van EnISSA werd de vracht en de verdeling van de verontreiniging in relatie tot de bodemopbouw inzichtelijker gemaakt. Vervolgens is met behulp van iFLUX technologie de grondwaterstroming en verspreiding van de verontreiniging on-site gemeten. De natuurlijke grondwaterstroming, de totale vracht en influx van verontreiniging zijn kritische ontwerpparameters bij sanering van grond- en grondwaterverontreinigingen. De EnISSA en iFLUX metingen zijn relevante input zowel voor het ontwerp en de dimensionering van de natuurgebaseerde saneringsmaatregelen als voor de evaluatie van de efficiëntie en effectiviteit van de genomen maatregelen.” ( Pieter Buffel, EnISSA – Marjan Joris, iFlux)

De resultaten van RESANAT zullen verwerkt worden in een aantal beleidsdocumenten. Op deze manier kunnen de nieuwe technieken toegepast worden op verschillende locaties in Vlaanderen en Nederland die nog met (rest)verontreiniging kampen. Dankzij deze vernieuwende technieken, die een mooie aanvulling zijn op de conventionele saneringstechnieken kunnen vervuilde terreinen worden gesaneerd en opnieuw benut.

Alle berichten

Maxime is projectadviseur namens de Vlaamse Overheid