Slimme landbouw voor een groen Europa

Door Quinten Helwig

Het project Smart Growers doet onderzoek naar Smart Farming om duurzame land- en tuinbouw in de grensregio te realiseren. Op deze manier wordt het voedingsaanbod gegarandeerd en tegelijkertijd bijgedragen aan een groener Europa. Joke Vandermaesen (Proefcentrum Fruitteelt), Dirand van Wijk (Compas Agro) en Noémie Hisette (Proefstation voor de Groenteteelt) gaven ons inzicht in de toekomst van de land- en tuinbouw. 

Smart Farming gaat over de toepassing van moderne technologie en informatie in de landbouw, dit wordt ook wel de derde groene revolutie genoemd. Op welke manier draagt het project Smart Growers hieraan bij en wat levert dit op? 

Het doel van het project is volgens Joke om door gebruik te maken van data en slimme technieken efficiënter met hulpbronnen zoals water en bestrijdingsmiddelen om te gaan. Dirand vult aan dat in dit project de focus ligt op de teelten boomkwekerij, asperge en de blauwe bes. Dit zijn teelten waar in Nederland nauwelijks onderzoek naar wordt uitgevoerd vanwege het relatief kleine teeltareaal. In Vlaanderen doen de proefstations hier wel onderzoek naar.


Je noemt hierbij al de grensoverschrijdende samenwerking. Wat is de meerwaarde hiervan voor het behalen van de projectdoelen? 

Dirand licht toe dat in Nederland het onderzoek focust op de grote teelten, met een oppervlakte boven de 25.000 hectare. De kleinere teelten worden vaak over het hoofd gezien. Daarom zijn dit soort trajecten waarin de EU onderzoek en verduurzaming stimuleert vanuit Nederland gezien essentieel.  
De kennis aan de verschillende kanten van de grens is daarnaast complementair volgens Joke. De blauwe bes is in Vlaanderen een relatief kleine teelt met een honderdtal hectaren terwijl het areaal in Nederland groter is. De teeltkennis is daardoor groter in Nederland. Daartegenover staat dat PCFruit in Vlaanderen de laatste jaren grote stappen vooruit heeft gemaakt met remote sensing (het monitoren van een perceel op afstand). Bijkomend is het bereik van de resultaten door de samenwerking ook groter volgens Noémie. De ledenbestanden van de verschillende projectpartners worden aangeschreven en de resultaten worden breed verspreid over zowel Vlaanderen als Nederland. 

Wat viel daarbij tegen in de projectuitvoering en wat is goed gegaan?  

De belangrijkste tegenslag was natuurlijk corona. Je start een project en wil de kennis overdragen, maar vervolgens word je daar twee jaar lang in beperkt. Dit ging zelfs zo ver dat machines niet vanuit Nederland naar België verplaatst konden worden. Daarnaast vindt de verspreiding van de resultaten bij voorkeur plaats via evenementen, zodat de telers de resultaten kunnen zien. Dit was lange tijd niet mogelijk. Tenslotte waren er enkele technische problemen in de uitvoering. Daartegenover staat dat er serieuze vooruitgang is geboekt. Zo is het sensorennetwerk voor de intelligente aansturing van irrigatie effectief uitgerold op verschillende percelen. Dit is een mooi resultaat waarbij stappen worden gezet naar irrigatie advies. Ook heeft voor de gerichte bestrijding van onkruid een grote inventarisatie plaatsgevonden. Daarvoor zijn 25 verschillende technieken geïdentificeerd waarvan een aantal verder is uitgewerkt en er uiteindelijk drie overbleven. Zo is er bijvoorbeeld een systeem voor in de boomkwekerij waarmee de onkruiden rondom de stam bespoten worden met een biologisch middel. De bedoeling is om eerst met camera’s de onkruiden te herkennen zodat deze vervolgens gericht bespoten worden. Verder is er een cameraopstelling ontwikkeld die de zijkant van de gewassen in beeld brengt. Op die beelden worden de bloemen van de blauwe bes geteld om de opbrengst te voorspellen. Dit levert een berg aan data op die verwerkt moet worden en waardevolle informatie bevat voor de telers. 


Zo te horen is er veel nieuwe kennis verzameld. Hoe verwachten jullie dat automatisering en robotica in de land- en tuinbouw zich de komende twintig jaar zullen ontwikkelen? 

Joke ziet dat de sector in een stroomversnelling terechtkomt. Overal starten projecten met een focus op Smart Farming en ook op de markt verschijnen de eerste robots. Dit staat nog in een beginstadium, maar wel aan de voordeur van de boerderij. De kenniscentra moeten hierop inspelen om te zorgen dat de robots betrouwbare technieken zijn voor de teler, bijvoorbeeld met ondersteuning in de verwerking van data. Het is een grote uitdaging om door middel van algoritmes de robot op de juiste plaats te laten snoeien of bespuitingen uit te voeren op basis van dronedata. De komende jaren zal dit zijn weg vinden naar de praktijk. 

Noémie ervaart dat digitalisatie ook samengaat met het duurzaam omgaan met bronnen. Dus bijvoorbeeld beredeneerde irrigatie op basis van een beslissingsmodel dat adviseert over optimale bewatering. Op het moment irrigeren telers vaak te veel als ze grondwater ter beschikking hebben. Ze hebben namelijk geen informatie over de hoeveelheid die de planten daadwerkelijk nodig hebben. Dit is zowel voor de natuur als teelt vaak nadelig. Het is daarom belangrijk om de telers op basis van metingen te informeren over de hoeveelheid en het juiste tijdstip van de irrigatie. 


Wat zijn daarnaast andere ontwikkelingen in de land- en tuinbouw die volgens jullie bij kunnen dragen aan een groener Europa? 

Dirand ziet organische stof in de bodem en bodemvruchtbaarheid als belangrijke onderwerpen. In Nederland zijn er verschillende grondsoorten met verschillende hoeveelheden organische stof. De link tussen de aanwezige organische stof en het bemesten is een belangrijke uitdaging naar de toekomst. Joke ziet in dat verhaal ook mogelijkheden om landbouwgronden te gebruiken om CO2 op te slaan in de bodem. Dit is zowel voor de teelt als het klimaat interessant. Zo wordt bijvoorbeeld met biochar organische stoffen zoals snoeihout en plantenresten door pyrolyse omgezet tot houtskoolmateriaal wat ingewerkt wordt in de bodem. Dit voorkomt dat de CO2 in de lucht terecht komt en kan bijkomend positieve invloeden hebben op de teelt zelf. Verder zag ze recent een project om vleermuizen in te zetten voor de bestrijding van de Aziatische fruitvlieg die veel schade aanricht aan de blauwe bessen. Als dit werkt heeft het een meerwaarde voor de biodiversiteit en voor de telers. Dit is een mooi voorbeeld van natuur inclusieve landbouw dat bijdraagt aan een groener Europa. Een ander voorbeeld daarvan is volgens Dirand de groenstroken op boerderijen. Door middel van het vergroten van de biodiversiteit willen ze onderzoeken wat natuurlijke vijanden doen in een monocultuur. Daaraan gekoppeld ziet hij ook de drie B’s, de brug tussen boer en burger. Er zit een uitdaging om de burger dichter bij de boer te krijgen zodat deze ziet wat er gebeurt. De burger is zich vaak niet bewust van duurzame ontwikkelingen op de boerderij.  

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief van Smart Growers als je op de hoogte wilt blijven over dit project.  

Alle berichten

Quinten is beleidsmedewerker en verdiept zich vooral in de thema's milieu en innovatie.