Nitroman: de strijd tegen het mestoverschot

Door Karin Heeren

Het ontgaat niemand dat de wetgeving rond stikstof veel landbouwers verontrust. Nitroman wil hier op inspelen via onderzoek. Ik sprak hierover met Inès Verleden, onderzoeker energie en circulaire economie bij Inagro en projectverantwoordelijke van het project Nitroman.

Nitroman houdt verband met de stikstofproblematiek. Wil je dit even nader toelichten?

Binnen de landbouw mag er maar tot op een bepaald niveau bemest worden, en moet het aandeel dierlijke meststof hierbij onder een bepaalde grens blijven, waardoor men moet aanvullen met kunstmest. De intensieve veehouderij produceert meer dierlijke mest dan er op het veld mag toegepast worden en moet bijgevolg het overschot laten verwerken tegen een kostprijs. Dat gebeurt in grootschalige mestverwerkingsinstallaties. Het hierbij vrijgekomen stikstofgas wordt de atmosfeer ingeblazen. Maar tegelijk moet de landbouwer ook kunstmest aankopen. Als je weet dat de producent om die kunstmest te produceren stikstofgas uit de lucht moet halen, wat veel energie (aardgas) vereist, dan voel je meteen het paradoxale in deze situatie.  

Met Nitroman onderzoeken we of we mestverwerking meer circulair en lokaal kunnen maken en kunstmest kunnen vervangen door een afgeleide van dierlijke mest. We reiken deze wetenschappelijke resultaten aan aan het beleid in de hoop dat de wetgeving kan bijgestuurd worden. 

De focus van het project lag op nutriëntenrecuperatie. Het mestoverschot kan immers niet ruw gebruikt worden, maar moet opgewaardeerd worden zodat het gelijkwaardig is aan kunstmest. In ruwe mest zijn de nutriënten minder voorspelbaar dan bij kunstmest, dus onderzoeken we hoe die mest verder kan bewerkt worden tot hoogwaardige meststof. Er werd hierbij gekozen voor 2 mestverwerkingstechnieken die al vrij ver gevorderd zijn naar ontwikkeling toe: ammoniakstripping en membraanfiltratie. Door deze technieken te optimaliseren zouden we die herwonnen meststoffen lokaal kunnen gaan toepassen. De bewerkte mest wordt in dit onderzoeksproject gebruikt in diverse proefcentra en toegepast op verschillende gewassen waarvan dan nadien de opbrengst wordt vergeleken.

Maar de grootste hindernis in de wens om te schakelen en te investeren in deze innovaties is echter de wetgeving, die deze opgewaardeerde meststoffen niet als kunstmestvervanger beschouwt, maar nog steeds als dierlijke mest. Dat betekent dat, zelfs al zijn deze producten gelijkwaardig, de landbouwer dit nog steeds enkel mag toepassen binnen het aandeel van dierlijke mest, terwijl dat deel al volledig ingevuld wordt door de ruwe mest.

Begrijpelijk dus dat de landbouwsector, ondanks ruime interesse, weinig ruimte heeft om hier grote investeringen te doen. Immers, het nieuwe stikstofakkoord zorgt voor grote onzekerheid voor de toekomst van veel landbouwbedrijven. Men wacht dus af.

Wat kan Nitroman hier dan in doen?

Met de resultaten van onze veldproeven willen we aantonen dat deze producten écht gelijkwaardig zijn aan kunstmest en dat er ook qua milieueffecten weinig risico’s zijn. We willen ervoor pleiten dat deze meststoffen helemaal geschikt zijn als hoogwaardige vervanger voor kunstmest.

We zijn daarom aanwezig op conferenties en presenteren daar onze resultaten. Deze worden ook gebundeld in een brochure. We willen zo het beleid beter informeren zodat zij op basis van het wetenschappelijk onderzoek betere beslissingen kunnen nemen. Zo hopen we ook dat de Europese Commissie de richtlijn die ze een 3-tal jaar had opgesteld, terug oppakt. Deze richtlijn bepaalde de voorwaarden waaronder producten als vervanger van kunstmest konden toegepast worden, maar de vertaalslag naar Europees en nationaal beleid is stilgevallen. Zeker met de huidige hoge gasprijzen, die maken dat de kunstmestproductie begint te dalen en de kunstmestprijzen de hoogte in schieten, is er een extra stimulans om hier terug werk van te maken.

En is de landbouwsector ook mee?

Ja zeker. We zetten heel sterk in op communicatie en disseminatie zodat de landbouwers op de hoogte zijn van de opportuniteiten opdat ze, zodra de wetgeving wordt aangepast, snel de omschakeling kunnen maken. We bieden hen ook een gratis tool waarmee ze zelf kunnen berekenen wat deze omslag zou kunnen betekenen voor hun bedrijf, zowel op het vlak van nutriëntenbalans, afzetmarkt, als vanuit economisch standpunt, nl. de grootte van de investering en de winst die dit kan opleveren. Deze tool is gratis beschikbaar op de website www.nitroman.be.

Interreg legt de grensoverschrijdende samenwerking op als belangrijke voorwaarde. Wat betekende dat voor jullie?

Wij voelden hier heel sterk de voordelen van. Aangezien ons thema in beide landen heel sterk speelt, kunnen we mekaar alleen maar versterken. Ook wat betreft de twee technieken die we onderzochten konden we heel veel van mekaar leren, want tot dan toe was Vlaanderen vooral met de ene techniek vertrouwd en Nederland met de andere. Deze kruisbestuiving heeft beslist gezorgd voor veel meer kennis.

Daarenboven hebben de constructeurs van deze technieken mekaar ook gevonden over de grens heen en hebben zij spontaan een samenwerking opgezet om de beide technieken verder te combineren en optimaliseren. Het partnerschap tussen deze twee KMO’s zal na het project zeker blijven bestaan. Een mooi voorbeeld van grensoverschrijdende meerwaarde dus.

En nu?

Bij de laatste stakeholdersbijeenkomst hebben we gepeild naar verwachtingen van bijkomende studies. Die liggen vooral op het vlak van levenscyclusanalyse, onafhankelijkheid van aardgas, en verder onderzoek naar combinaties met andere technieken die al bestaan, maar ook naar de grote maatschappelijke waarde, nl. milieuvoordelen, effect op broeikasgassen, enz… Wordt dus vervolgd.

Alle berichten

Karin is beleidsmedewerker, maar gaat even graag op pad voor een interview