30 jaar Interreg: René Janssen - 14 jaar grensverleggend werk

Door Tine Vochten

Om het 30-jarige bestaan van Interreg te vieren, spraken we met René Janssen, hoogleraar moleculaire materialen en nanosystemen aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij was betrokken bij een 3 behoorlijk futuristische projecten.

Je was tussen 2006 en 2008 de projectcoördinator van het project OLED+. Kan je je nog herinneren wat er binnen dit project gebeurd is?

OLED staat voor organische lichtgevende diode. Deze worden vandaag gebruikt in o.a. televisies en smartphones. In OLED+ hebben we samen met de UHasselt onderzoek gedaan naar organische moleculen, polymeren, en quantumdots die lichte uitzenden als er een elektrische stroom door loopt. In België startup gerealiseerd die grote flexibele displays maakte, soort lichtgevende poster.

Heeft het project een impact gehad?

In OLED+ werkten TUe en UHasselt voor deze eerste keer samen. Deze samenwerking kreeg een vruchtbaar vervolg in vele andere Europese projecten. In de regio ging dankzij het project veel aandacht naar OLED’s en zo kregen ook de ontwikkelingen bij Holst Centre, TNO en Imec een boost. Dankzij het project ontstond zelfs een startup die grote, flexibele, lichtgevende displays maakt.

Vervolgens was je partner in het project CO2 voor energieopslag (EnOp). Kan je hier iets over vertellen?

De doelstelling van EnOP was om met behulp van verschillende technologieën CO2 om te zetten in nuttige grondstoffen en brandstoffen. Door de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen op te vangen en terug om te zetten, kan je immers de cirkel sluiten. TUe werkte mee aan de ontwikkeling van een artificieel blad dat de fotosynthese nabootst. In de natuur zorgt de fotosynthese ervoor dat CO2 en zonlicht omgezet worden naar voedsel en zuurstof. Dit proces werd geïmiteerd door een zonnecel aan een elektrochemische reactor te koppelen waarin CO2 omgezet werd naar synthesegas, wat weer omgezet kan worden in moleculen, vergelijkbaar met die in fossiele brandstoffen.

Kan deze technologie ons helpen om de klimaatopwarming tegen te gaan?

Het afvangen en omzetten van CO2 kan zeker nuttig zijn voor onze toekomstige energievoorziening. Op kleine schaal is het aardig gelukt om de fotosynthese na te bootsen. Dit onderzoek is echter maar een eerste stap. Er zijn aan het principe een heleboel aspecten verbonden die in het project niet onderzocht zijn, zoals bijvoorbeeld het afvangen van CO2.

We zullen in de toekomst nog meer inzetten op directe energiebronnen zoals zonlicht en wind. Voor een aantal toepassingen zijn deze echter minder bruikbaar, bijvoorbeeld voor de transportsector. Voor hen zijn fossiele brandstoffen interessant omdat ze licht zijn en een hoge energiedichtheid hebben. Het opvangen en hergebruiken van de CO2-uitstoot van dergelijke sectoren is dus zeker interessant.

Tegelijk zijn natuurlijk ook alternatieve technologieën in ontwikkeling zoals waterstof. Bij de verbranding hiervan komt er enkel water vrij. Maar ook hieraan zijn nog uitdagingen verbonden. Het is dus moeilijk om te voorspellen hoe de toekomst er zal uitzien. Maar wat zeker is, is dat technologieën die op grote schaal geproduceerd kunnen worden en goedkoop zijn, succes zullen hebben. En daarvoor is onderzoek zoals in EnOp nodig.

Je bent ook betrokken bij het project Flexlines dat deze maand afloopt. Wat is de rol van TUe in dit project?

In Flexlines wordt een pilootlijn voor flexibele elektronica uitgebouwd. Deze geeft technologische ondersteuning aan bedrijven die flexibele elektronica willen toepassen. Onze rol bestaat erin om enerzijds meetmethoden te ontwikkelen die de infrastructuur verbeteren en anderzijds fundamentele inzichten te formuleren in hoe de materialen die hiervoor gebruikt worden, zich gedragen. Het zijn TNO en imec die deze lijn echt in de markt zetten.

Hoe zullen flexibele elektronica ons leven beïnvloeden?

Vandaag zitten elektronica voornamelijk in computers en smartphones. Maar ze komen in steeds meer producten terug en zitten ook steeds dichter op onze huid. Denk maar aan de populariteit van smartwatches. Weldra zullen er ook slimme T-shirts, jassen of andere kledij zijn en er wordt ook al geëxperimenteerd met artificiële huid die bijvoorbeeld een robot kan helpen voelen. Voor dergelijke toepassingen zijn flexibele elektronica nodig. Deze hebben het voordeel dat ze makkelijk aan te brengen en te integreren zijn.

Ik zie flexibele elektronica in de eerste plaats een rol spelen bij het monitoren van ons lichaam. Ze maken het mogelijk om dit makkelijker, slimmer en met minder impact te doen. Een mooi voorbeeld is de sensor die mensen met suikerziekte nu al dragen. Deze wordt in de huid geprikt en geeft info over hun suikerwaarde. Over 5 jaar kan deze sensor misschien vervangen worden door een dunne folie die met minder impact dezelfde info kan capteren.

Waarom is dergelijk ‘futuristisch’ onderzoek nodig?

Door nieuwe technologieën te ontwikkelen, ontdekken en tonen we de mogelijkheden ervan. Dit inspireert dan weer nieuwe toepassingen en producten. Voor OLED’s bijvoorbeeld, geldt dat deze heel dun en dus flexibel zijn. Door deze technologie in smartphones te verwerken, wordt nu geëxperimenteerd met oprolbare en openvouwbare schermen. Deze toepassing had niemand voor ogen bij het oorspronkelijk onderzoek. 

Alle berichten

Tine is beleidsmedewerker en gaat even graag gezwind op pad om verslag uit te brengen.