Jaar 2017 van Interreg V onder de loep

Jaarverslag 2017 van Interreg Vlaanderen-Nederland

Jaarlijks rapporteert het Interreg-programma aan de Europese Commissie over de activiteiten en de voortgang van het programma. Hier lees je het volledige jaarverslag. De beknopte publiekssamenvatting lees je hier. 


Interreg

In 1990 werd Interreg opgericht om samenwerking tussen regio’s binnen Europa te verbeteren. Het is één van de oudste en grootste subsidiefondsen dat samenwerking in projecten tussen nationale, regionale en lokale partijen uit verschillende lidstaten financiert. Het doel van Interreg is om gezamenlijke uitdagingen aan te pakken en gedeelde oplossingen te vinden op gebieden zoals milieu, onderwijs, gezondheid, onderzoek, transport en duurzame energie

Interreg is onderdeel van het EU-cohesiebeleid dat Europese territoriale samenwerking versterkt. Het programma wordt gefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en heeft een budget van 10 miljard euro dat wordt geïnvesteerd in 79 verschillende samenwerkingsprogramma’s. Er zijn drie types samenwerkingsprogramma’s binnen Interreg: INTERREG A (grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s), INTERREG B (transnationale samenwerkingsprogramma’s) en INTERREG C (interregionale samenwerking).

Interreg Vlaanderen-Nederland

Voor de periode 2014-2020 draagt Interreg Vlaanderen-Nederland als grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma bij aan de EU2020 strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en aan de totstandbrenging van economische, sociale en territoriale cohesie. Interreg V Vlaanderen-Nederland zet specifiek in op vier grote thema’s: innovatie, duurzame energie, milieu en arbeidsmobiliteit. Innovatie is de grootste thematische pijler binnen het programma dat maar liefst 40% van het totale budget van 152 miljoen euro EFRO kreeg toebedeeld. Energie en milieu kunnen elk rekenen op 22%, arbeidsmobiliteit neemt de laatste 10% in.


Deze publiekssamenvatting is opgesteld als bijlage bij het jaarverslag 2017 van Interreg V. Via dit verslag rapporteert het Interreg-programma jaarlijks aan de Europese Commissie over de activiteiten en de voortgang van het programma. 

Projectuitvoering

Het jaar 2017 heeft voor het grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma Interreg V Vlaanderen-Nederland nadrukkelijk in het teken gestaan van projectuitvoering. Dankzij de vlotte opstart die het programma reeds maakte op het vlak van projectoproepen en projectgoedkeuringen in de periode 2014-2016, lag de focus in 2017 steeds meer op de verwezenlijking van grensoverschrijdende projecten en het begeleiden van projectpartners. Voor een eerste groep projecten vond in 2017 ook een mid-term bijeenkomst plaats, waarop halverwege de uitvoeringsperiode van het project samen met Interreg terug en vooruit gekeken werd, en de gerealiseerde resultaten alsook de resterende uitdagingen in beeld gebracht werden.

Naast deze focus op projectuitvoering en – begeleiding, bood 2017 ook nieuwe kansen voor toekomstige projecten: het jaar startte met het aflopen van projectoproep 3 (op 13 januari 2017). Binnen deze oproep werden 45 projectaanmeldingen ingediend, waarvan er 23 gepreselecteerd werden door het Comité van Toezicht voor verdere uitwerking tot een volledige projectaanvraag. Doorheen 2017 werden er bovendien ook nog projectaanvragen uit zowel oproep 2 als oproep 3 goedgekeurd en opgestart: in totaal goed voor 18 nieuwe goedgekeurde projecten binnen Interreg Vlaanderen-Nederland, samen goed voor een beoogde investering van meer dan 23 miljoen euro aan EFRO-subsidies.

Als resultaat waren er eind 2017 in totaal 54 grensoverschrijdende projecten in uitvoering in de Grensregio Vlaanderen-Nederland (inclusief het project ‘Technische Bijstand’, dat de praktische uitvoering van het programma mogelijk maakt), samen goed voor een investeringsbedrag van meer dan 117 miljoen euro EFRO-subsidie. Ten opzichte van het totale beschikbare EFRO-budget van het Interreg V Vlaanderen-Nederland programma, dat € 152.575.615,00 bedraagt, is eind 2017 dus bijna 77% aan EFRO-middelen toegekend aan grensoverschrijdende projecten in de Grensregio Vlaanderen-Nederland.

Een greep uit het aanbod

Prosperos

Thema: innovatie
01.10.2016 - 30.09.2019

Patiënt-specifieke implantaten voor heup en rug

Generieke implantaten hebben een beperkte levensduur zodat ze vaak vervangen moeten worden. Er is duidelijk behoefte aan een nieuwe generatie medische implantaten die idealiter specifiek gemaakt worden voor de anatomische vorm van de patiënt. Prosperos speelt hierop in en ontwikkelt patiënt-specifieke implantaten voor heup en rug die het genezingsproces versnellen, verbeteren en zo infecties voorkomen. De basis van het onderzoek is de veelbelovende regeneratieve geneeskunde waarbij het lichaam van de patiënt gestimuleerd wordt om zèlf beschadigd of verwijderd weefsel te regenereren. 3D geprinte implantaten, ontstekingsremmende en botgroei-stimulerende coatings en nieuwe resorbeerbare biomedische materialen worden ontwikkeld.

Maar liefst vijf universiteiten en academische ziekenhuizen in de grensregio werken samen met bedrijven zoals Antleron en PCOTech die over laboratoria beschikken voor het uitvoeren van het preklinisch onderzoek, maar ook in staat zijn om de klinische studies in het laatste stadium van het project uit te voeren. Bedrijven zoals Xilloc staan in voor het ontwerp, productie en commercialisatie van implantaten en coating technologieën. Op die manier kan er een stevig netwerk rond regeneratieve geneeskunde tot stand komen in de grensregio met regionale kenniscentra, hightech industrie en academisch-medische centra.


Biomat on microfluidic chip

thema: innovatie
01.01.2018 - 31.12.2020

Introductie van revolutionaire orgaan-op-chip

Net als Prosperos doet Biomat onderzoek in het baanbrekend domein van de regeneratieve  geneeskunde waarbij artsen patiënten behandelen door nieuwe huid, bot of zelfs een orgaan op te bouwen uit gekweekte cellen en biomaterialen. Het project creëert een gloednieuwe microfluïdische chip: de 'orgaan-op-chip 2.0'.

Deze chip wordt ingezaaid met stamcellen om een lichaamseigen orgaan of weefsel na te bootsen, voorzien van aan- en afvoer van micro-vloeistof en gevoelige sensoren om metingen te verrichten. Het vernieuwende aspect van deze chip is de driedimensionale omgeving die wordt gevormd, in tegenstelling tot klassieke celkweekplaten waarin cellen of weefsels op een vlak oppervlak groeien. Bovendien wordt door middel van microfluïdica - zeer kleine kanaaltjes waarin vloeistoffen worden vervoerd - het transport van lichaamsvloeistoffen nagebootst. Om de functionaliteit van deze revolutionaire technologie aan te tonen, zullen demonstrators worden gebouwd op basis van drie soorten klinische toepassingen: bot, spier en op-chip gevasculariseerde bot of spier.

I-4-1-Health

thema: innovatie
01.01.2017 - 31.12.2019

Grensregio bindt strijd aan met antibioticaresistentie bij mens en dier

Antimicrobiële resistentie neemt wereldwijd toe en is een groeiend probleem in zorginstellingen, de openbare bevolking en de intensieve veehouderij. Door de toename van antimicrobiële resistentie nemen ook de ziektelast, sterfte en zorgkosten toe. Dankzij een samenwerking aan beide landsgrenzen van wel 26 partners met universiteiten, ziekenhuizen en bedrijven kaart I-4-1-Health de problematiek aan van antibioticaresistentie en zet ze in op het inzichtelijk maken ervan door het ontwikkelen en testen in proeftuinen van een digitaal meetinstrument (Infectie Risico Scan) én een Track en Trace Systeem, en dit voor Vlaanderen en Nederland gezamenlijk. Resistente bacteriën laten zich immers niet tegenhouden door de grens.

Om op een gestandaardiseerde manier infectierisico’s in beeld te brengen, ontwikkelt i-4-1-Health een digitaal meetinstrument: de Infectie RIsico Scan (IRIS). De IRIS meet verschillende factoren die een rol spelen in het voorkómen van infecties en de verspreiding van resistente bacteriën, zoals een goede handhygiëne door zorgverleners en het juist gebruik van medische hulpmiddelen en antibiotica. Daarnaast meet de IRIS als uitkomst het dragerschap van resistente bacteriën. Als er resistente bacteriën aangetroffen worden bij mensen of dieren zal van een aantal specifieke resistente bacteriën het DNA-profiel in kaart worden gebracht door middel van zogenaamde Whole Genome Sequencing (WGS). Door verschillende profielen met elkaar te vergelijken kan verspreiding van bacteriën worden aangetoond tussen individuen, maar ook tussen instellingen, sectoren en landen. Die ‘track and trace’ is de eerste stap naar een gezamenlijke, grenzeloze aanpak van antibioticaresistentie.  

Crosscare

Thema: innovatie
01.04.2016 - 31.03.2021

Versnelt jouw zorginnovatie

CrossCare is een voorbeeld van een project dat innovatie in de zorg wil stimuleren en zelf als matchmaker aan de slag gaat. Het project ondersteunt de ontwikkeling en implementatie van innovaties door het aanbieden van een grensoverschrijdende zorgproeftuinsetting. Deze proeftuinen, of Living Labs, geven bedrijven of zorgorganisaties de kans om een product of dienst nauwgezet en succesvol uit te werken. Zes ervaren zorgproeftuinen - CareVille, Innovage, LiCalab, Brainport Healthy Living Lab, CIC en EIZT - slaan daarvoor de handen in elkaar. Deze proeftuinen begeleiden ontwikkelaars van zorginnovaties om samen met eindgebruikers, nieuwe of verbeterde zorgconcepten, -diensten, -processen en -producten te creëren en te toetsen in de praktijk.

CrossCare ging in april 2016 van start en kan begin 2018 alvast een groot succes genoemd worden: na 3 waves konden al 19 innovatietrajecten van start gaan. Zo bijvoorbeeld ‘Shaken, not spilled’, een hulpmiddel dat het morsen door de tremorbeweging tegengaat zodat drinken uit een glas weer mogelijk wordt. Het initiële idee van NoSpill werd bedacht door een multidisciplinair studententeam van de KULeuven: het Tremtech team. De laatste prototypes zijn bijzonder beloftevol en hebben interesse opgewekt in professionele kringen. Dankzij CrossCare worden de prototypes verder doorontwikkeld en getest op ruimere schaal.

Grasgoed – Natuurlijk Groen als Grondstof

Thema: milieu
01.08.2016 - 31.07.2019

Maaisel als volwaardig bronmateriaal

Met GrasGoed geven natuurbeheerders, bedrijven en kennisinstellingen in de grensregio de resten van natuurbeheer een tweede leven. Vooral bij het beheer van natte gebieden (o.a. rietland, natte graslanden, vochtige heide) komen jaarlijks duizenden tonnen maaisel vrij dat niet of beperkt benut wordt. Met maaisel kunnen nochtans ontzettend veel producten ontwikkeld worden, maar de markt en technieken zijn nog nieuw. Grasgoed wil de markt voor regionale biogebaseerde producten daarom beter ontsluiten. Het project verbetert onder meer maai-, voorbewerkings- en transportsystemen. Zo komt het maaisel beter uit de natuur en is het droog en goedkoper te vervoeren.

De focus ligt op enkele karakteristieke en natuurlijke landschappen in de grensregio zoals Altena-Biesbosch/Vlijmens Ven (rivierenlandschap), Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide (grensoverschrijdend heidelandschap) en Het Dommeldal/Vallei van de Zwarte Beek (grensoverschrijdend kleinschalig beekdal). In deze regio’s worden zoveel mogelijk grasachtige biomassa bij elkaar gebracht om tot een economisch interessante hoeveelheid te komen. Een mobiele grasraffinagemachine scheidde voor het eerst vers natuurmaaisel in vezels, eiwitten en restsappen. Van verschillende soorten natuurgras werden kuilen aangelegd en konden hiervan reeds vezels uit verwerkt worden. Daarnaast onderzocht het project of ze bruikbaar waren in potentiële eindproducten: voor papier, karton en isolatiematten waren de eerste resultaten alvast veelbelovend.


Grenspark Groot Saeftinghe 

Thema: milieu
01.04.2016 - 31.03.2019

Topnatuur in een grensgebied, gedragen door streekholders

In de Vlaams-Nederlandse lange termijnvisie voor het Schelde-estuarium kwamen beide regeringen overeen dat de verdieping van de Westerschelde en de natuurcompensatie in de Hedwige- en Prosperpolders en omgeving gepaard dienden te gaan met een verdere optimalisering van het natuurbeheer. Zo ontstond een enorm estuarien natuurgebied, wat nu het grensoverschrijdend natuurpark Grenspark Groot-Saeftinghe is.

In het project staan drie activiteiten centraal: het herstel van de vogelbiodiversiteit zowel binnen als buiten de natuurkern, optimalisatie van de estuariene natuur en eco-hydrologisch herstel van de binnendijkse gebieden. In 2016 en 2017 werden op dit vlak de eerste realisaties zichtbaar op het terrein. Zo zijn er enkele poelen voor de rugstreeppad gegraven, werd er een broedeiland afgedekt met schelpen en zijn de eerste vleermuishotels geplaatst. Bij Paal wordt het oude geulenpatroon hersteld zodat er een binnendijkse rust- en drinkplaats ontstaat voor vogels. Ook met landbouwers worden mooie resultaten geboekt. Zo worden er al heel wat kiekendiefvriendelijke teelten verbouwd in de grensregio. Samen met landbouwers helpt het project de bruine kiekendief aan een groter leefgebied, maar wordt tegelijkertijd ook onderzocht wat de voedingswaarde is van de gewassen voor bijv. de veeteelt. Een ecologisch-economische win-win.

Naast de investeringen in biodiversiteit wordt er door de projectpartners ook gewerkt aan een verhaal op lange termijn, een zogenaamde ‘samenwerkingsentiteit’ die het grenspark in de toekomst moet gaan beheren. Burgers, boeren, buitenlui, bedrijven en bestuurders - de 'streekholders' - vormen het menselijk kapitaal van het gebied. Zo zal het grenspark niet alleen uniek zijn op vlak van natuur, maar wordt het ook mee gedragen door de omgeving.

PV OpMaat

Thema: energie
01.01.2016 - 31.12.2018

Zonnepanelen 2.0

De traditionele zonnepanelen zijn op sommige plaatsen niet meer weg te denken uit het straatbeeld, al worden ze niet door iedereen even aantrekkelijk gevonden. PV Opmaat speelt daarop in en streeft ernaar om zonnepanelen efficiënter en meer op maat te integreren in woningen en gebouwen. Zonnecelmaterialen die bestaan uit dunne film bieden bijzondere kansen omdat deze rechtstreeks op glas, staal of foliemateriaal aangebracht kunnen worden. Zowel de aanpasbaarheid van afmeting, vorm, kleur en elektrische eigenschappen bieden hierbij mogelijkheden om PV kostenefficiënt èn esthetisch in bouwproducten te integreren.

Vanuit bouwondernemingen, woningbouwverenigingen, woningcorporaties en lokale energienetwerken is er veel vraag naar beter integreerbare PV. Daarom onderzoekt en demonstreert PV OpMaat perspectiefvolle toepassingen van dunne film PV in bouwelementen. Hierdoor ontstaan kansen voor geïnteresseerde producten en installateurs. Inmiddels zijn er twee demonstratiesites actief. Eén situeert zich bij de KU Leuven waar de invloed van temperatuur op semitransparante beglazing (dubbel glas en driedubbel glas) wordt bekeken als functie van verschillende ventilatie opties. Een andere demosite bevindt zich op het dak van de TU Eindhoven (SolarBEAT). Hier worden de effecten van het kleuren en patroneren van PV voor zowel kristallijn-silicium als dunne film PV onderzocht.


DEMI MORE

Thema: energie
01.12.2015 - 30.11.2018

Energie-efficiënte in erfgoed

DEMI MORE (Demonstration of Energy efficiency by Measurement and Innovation gives MORE) – geleid door Kempens Landschap en de provincie Noord-Brabant – richt zich op energie-efficiëntie  in onroerend (historisch) erfgoed.

Zeven demonstratieprojecten spelen de hoofdrol. Zo zocht het Autonoom Gemeentebedrijf Essen voor de douaneloods naar de beste oplossing voor de integratie van zonnepanelen in de lichtstraat. Het klooster van Megen zoekt haar heil in de opwekking van elektriciteit en warmte via de zoninstraling op het leiendak. Voor de optimalisatie van het binnenklimaat van de kloosterkapel loopt er momenteel een experiment met de toepassing van HumiTemp. De gemeente Hilvarenbeek stak de eerste spade in de grond om de oude kerk om te bouwen tot een energie-efficiënte school met o.a. optische vezels voor meer licht en capillaire matten voor verwarming. Ook de Beddermolen in Westerlo en de Stoombierbrouwerij in Oisterwijk richten hun pijlen op een innovatief verwarmingssysteem, met name amorfe linten als een manier om een ruimte snel warm te krijgen bij onregelmatig gebruik. In Hof ter Linden werd het westelijk koetshuis aan de binnenzijde geïsoleerd met aërogel. Domein Roosendael produceert haar eigen energie via twee recent geïnstalleerde brandstofcellen.

Daarnaast wordt op basis van de waarnemingen een nieuwe BREEAM-norm uitgewerkt, een internationale duurzaamheidsstandaard. Deze versie van de norm is specifiek bedoeld voor monumenten in Vlaanderen en Nederland.

Grensinfovoorziening Vlaanderen-Nederland

thema: arbeidsmobiliteit
01.06.2016 - 31.05.2019

Zorgeloos de grenzen over

Een sterk voorbeeld van het wegnemen van obstakels bij het werken langs de grens is Grensinfovoorziening VL-NL. Ondanks de vlotte verplaatsing zijn er tot op vandaag praktische hindernissen op het gebied van wet- en regelgeving die de grensoverschrijdende mobiliteit bemoeilijken. Via Grensinfovoorziening VL-NL worden grenswerkers de weg gewezen in bijvoorbeeld sociale zekerheid, zorg en arbeidsrecht. Alle relevante informatie wordt ontsloten door een overkoepelend netwerk waar bestaande èn nieuwe grensinformatiepunten deel van uitmaken. In zeven verschillende steden in de Belgische provincie Antwerpen en de Nederlandse provincie Noord-Brabant zijn in de loop van 2017 in totaal 9 GrensInfoPunten (GIP’s) geopend. De GIP’s zijn o.a. geopend bij VDAB in Kapellen en Turnhout, bij ISD Brabantse Wal in Bergen op Zoom en bij Holland Expat Center South in Eindhoven.

Een volledig overzicht van alle goedgekeurde projecten is hier beschikbaar.

Ten slotte werd het jaar 2017 afgesloten met de lancering van een vierde projectoproep door het Comité van Toezicht, op 13 december 2017. Het voornemen van het Comité is om via oproep 4 minstens alle nog beschikbare middelen in te zetten. Op het moment van lancering van deze oproep ging het om zo’n € 17,5 miljoen EFRO. De deadline voor het indienen van projectaanmeldingen is 18 mei 2018. De vierde oproep kwam tot stand na een grondige analyse van de resultaten uit oproepen 1, 2 en 3. Hieruit blijkt dat de voortgang inzake de (beoogde realisatie van) programma-indicatoren globaal goed is. Een aantal indicatoren binnen specifieke assen (1B, 2C en 3B) behoeven wel verhoogde aandacht. Oproep 4 richt zich daarom op alle specifieke doelstellingen uit het samenwerkingsprogramma uitgezonderd 2A, 2B en 3A, en geeft budgettair aandacht aan assen waarin de realisaties nog achterlopen. Binnen SD’s 1B, 2C en 3B is extra aandacht voor de aanwezigheid van KMO/MKB in het partnerschap en bij SD 1A voor de realisatie van ‘harde infrastructuur’. Binnen oproep 4 wordt aan de bestaande ‘regelingprojecten’ CrossCare en CrossRoads 2 (met focus op KMO/MKB) bovendien ook de mogelijkheid geboden om een voorstel tot uitbreiding in te dienen.

Programmadocumenten

De meeste leidraden, gidsen en tools zoals opgemaakt in 2014, 2015 en 2016, en hier beschikbaar voor (potentiële) begunstigden, stonden eind 2016 al op punt en behoefden geen actualisatie. In 2017 vonden enkele laatste verbeteringen plaats. Een aantal gidsen en leidraden voor projecten in uitvoering werden geactualiseerd (bijv. de gidsen voor aankopen, o.b.v. nieuwe wetgeving) of op beperkte punten verbeterd op basis van feedback uit de implementatie-evaluatie. Ten slotte werden er enkele beperkte aanpassingen in het programmareglement ingevoegd.

Evaluaties

Begin 2017 werden de laatste leerpunten uit de implementatie-evaluatie van 2016 gerealiseerd. In het najaar van 2017 werd een uitgebreide effectiviteitsanalyse uitgevoerd, ter voorbereiding op het formuleren en lanceren van oproep 4. Daarnaast bereidde de Werkgroep Evaluatie doorheen het jaar de impactevaluatie voor, die in 2018/2019 uitgevoerd zal worden.

De uitgebreide effectiviteitsanalyse had als doel om te evalueren in welke mate de geselecteerde en gepreselecteerde projecten uit de eerste drie oproepen zich verhouden tot de beoogde streefwaarden van het Samenwerkingsprogramma. Zo kan bijvoorbeeld, indien nodig, bijgestuurd worden wanneer het programma binnen een thema voldoende projecten heeft geselecteerd om de beoogde streefwaarden te behalen, of er net meer projectvoorstellen wenselijk zijn binnen een thema omdat bepaalde streefwaarden nog niet sterk aanwezig zijn binnen de reeds gepreselecteerde of lopende projecten. Op basis van deze analyse werd geconcludeerd dat de uitvoering van het programma budgettair op volle snelheid is na 3 oproepen. Dit betekent ook dat er nog slechts beperkte financiële middelen beschikbaar zijn. Inhoudelijk lijkt het programma goed op weg om de vooropgestelde doelen te halen. Er is een goede mix aan organisaties aanwezig in de partnerschappen, inclusief een mooie vertegenwoordiging van het bedrijfsleven. Alle thema’s van de slimme-specialisatie-strategieën en het flankerende beleid zijn evenwichtig vertegenwoordigd in de huidige selectie. De potentiële score op de indicatoren is over het algemeen goed, maar voor enkele indicatoren is er toch een achterstand te zien. Op basis hiervan heeft het Comité van Toezicht bij de formulering van oproep 4 specifieke inhoudelijke accenten gelegd, zoals bijvoorbeeld de extra aandacht voor projectvoorstellen met KMO/MKB in het partnerschap (zie hierboven).

De werkgroep Evaluatie heeft in 2017 gefocust op de realisatie van een bestek voor het aantrekken van de nodige ondersteunende expertise bij de realisatie van de impactevaluatie. Hiervoor worden in het voorjaar van 2018 verdere stappen gezet, zodat een eerste uitvoeringsfase van deze evaluatie in 2018 opgestart kan worden.

Communicatie

In 2017 heeft het programma ingezet op het opbouwen van een netwerk tussen de huidige begunstigden. Er werden twee clusters geïdentificeerd die hiervoor potentieel bieden: ‘biogebaseerde economie’ en ‘energie en gebouwen’. Op 27 november 2017 vond er een eerste clusterevent 'energie en gebouwen' plaats dat ongeveer 33 gegadigden aantrok. Het event werd positief geëvalueerd en meer dan de helft van de begunstigden schatte in dat er dankzij dit event nieuwe samenwerkingen kunnen komen.

Op basis van de bezoekersstatistieken is, en blijft, de nieuwe Interreg-website bovendien een succes. Naar aanleiding van de implementatie-evaluatie van eind 2016, werd de website in 2017 verder geoptimaliseerd (o.a. schikking en lay-out documenten, zichtbaarheid programmareglement, extra duiding over staatssteun, integratie van projectinformatie met database KEEP). Via aanwezigheid op events van projecten of van derden werd de bekendheid van het programma ook verder vergroot.

De beknopte publiekssamenvatting kan je hier downloaden. 

Categorie:

Alle berichten