Kader - FAQ

Vind je in deze FAQ-lijst niet de antwoorden die je zoekt, kijk dan zeker naar de verschillende gidsen en leidraden op deze website, benader één van onze projectadviseurs, of stuur een mail naar info@grensregio.eu.


Kader

  • Mag een partner deelnemen aan slechts één werkpakket?

    Ja.
    Een partner mag ook als volwaardig partner deelnemen aan slechts één inhoudelijk werkpakket. Men moet wel duidelijk aangeven wat de meerwaarde is van de partner en op welke manier de partners samenwerken. Hieruit kan blijken dat de deelname van een partner aan het project slechts een meerwaarde heeft voor één inhoudelijk werkpakket. Het valt overigens ook binnen de verwachtingen dat alle partners deelnemen aan het verplichte werkpakket ‘projectmanagement’.

  • Aan welke voorwaarden moet men voldoen om te spreken van ‘betrokkenheid’ van actoren?

    Zie ook naar de indicatorenfiche.

    Men spreekt van betrokkenheid als er een actieve interactie tot stand komt, waarbij specifieke activiteiten (op maat) ten behoeve van de actor worden verricht. Een actor hoeft geen projectpartner te zijn om betrokken te zijn. Voorbeelden zijn deelname aan begeleidingstrajecten of interactieve workshops, onderzoek of deelname als proefbedrijf. Passieve aanwezigheid bij bijeenkomsten of enkel bezoeken van een demonstratielocatie is onvoldoende. Louter behoren tot de doelgroep of aangeschreven worden vergt geen actieve interactie en kan dus niet als betrokkenheid worden aanzien.

  • Wanneer is er sprake van grensoverschrijdende meerwaarde?

    Zie ook naar de uitgewerkte selectiecriteria

    Bij de beoordeling van de grensoverschrijdende meerwaarde wordt er gekeken naar een viertal elementen: 

    1. Schaalvoordelen. Er kunnen schaalvoordelen ontstaan als men bijvoorbeeld een installatie bouwt waarvoor de kritische massa in enkel Vlaanderen of Zuid-Nederland te klein is, maar die voor het gehele grensgebied een duidelijke meerwaarde betekent als men er langs beide kanten van de grens gebruik kan van maken.
    2. Complementariteit van activiteiten. Er ontstaat een grensoverschrijdende meerwaarde als men complementaire activiteiten uitvoert op verschillende locaties langs weerzijden van de grens, in tegenstelling tot gelijkaardige activiteiten waarbij louter de locatie verschillend is of geheel verschillende activiteiten die verder weinig raakvlakken hebben. De complementariteit zorgt ervoor dat men effectief van elkaar kan leren.
    3. Kenniseffecten. Een grensoverschrijdende meerwaarde kan ook voortvloeien uit het feit dat men van elkaar leert omwille van verschillen in aanpak of in expertise wat kan zorgen voor verdere kruisbestuiving en kenniseffecten.
    4. Stimulans voor grensoverschrijdende interactie. Als een project aanzet tot (bij voorkeur duurzame) grensoverschrijdende interactie van doelgroepen (contacten, doelgroepen die over de grens voorzieningen benutten) kan er eveneens sprake zijn een grensoverschrijdende meerwaarde.
  • Moeten er daadwerkelijk projectactiviteiten aan beide zijden van de grens plaatsvinden?

    Nee.
    Er is geen selectiecriterium aan de hand waarvan specifiek wordt afgetoetst of de projectactiviteiten daadwerkelijk aan beide zijden van de grens plaatsvinden. Natuurlijk is het zeer belangrijk dat het project een (sterk) grensoverschrijdend karakter heeft. Om ontvankelijk te zijn moet er in ieder geval minstens één partner (met garantie voor financiering) van beide zijden zijn of een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS). Voor verdere inhoudelijke duiding, zie de bovenstaande vraag m.b.t. ‘grensoverschrijdende meerwaarde’.

  • Als een project wil werken aan de instroom van mannen in typische vrouwenberoepen (bijv. zorg) of vrouwen in mannenberoepen (bijv. STEM-richtingen), is dit dan strijdig met het gelijkheidsbeginsel man-vrouw?

    Ja.

    Het beleid van de EU is erop gericht om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te verminderen, en ‘gendergelijkheid’ is één van de doelstellingen van de EU 2020-strategie. Onder meer via het Europees Instituut van Gendergelijkheid wordt dit gestimuleerd. EIGE heeft per land informatie opgenomen over de stand van zaken, inclusief ‘Good Practices’ waarbij gericht wordt ingezet op doelgroepen in bepaalde domeinen (voorbeeld België: klik hier). 

    Initiatieven die een bestaande kloof – bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt – verkleinen, leveren juist een positieve bijdrage aan het horizontale principe ‘gelijkheid van mannen en vrouwen’. Een projectvoorstel moet natuurlijk wel onderbouwen welke ongelijkheid men wil aanpakken, en op welke wijze dit gebeurt.