Over de bloemetjes en de bijtjes…

Door Eileen van Dongen

…Letterlijk

Ik zie mezelf als een bezorgde, geëngageerde burger. Ik draag maandelijks mijn steentje bij door donaties aan goede doelen, lees wat er in de wereld om ons heen gebeurt en koop – wanneer dit alternatief bestaat – biologische producten. Soms verdedig ik deze instelling (al dan niet principieel) met man en macht en geloof ik er heilig in dat ik een ieniemienie beetje bijdraag aan een betere wereld. Maar soms heb ik het gevoel dat ik toch nooit genoeg kan doen, dat het enkel grote bedrijven, overheden en de Europese Unie zijn die écht een verschil kunnen maken.

Sinds ik vrijwilliger ben bij Interreg is er een wereld voor me opengegaan: de EU dóét iets! En dit nog wel samen met overheden en bedrijven. Neem nu het project Meer Natuur voor Pittig Fruit. Dit project creëert een betere (fruit)oogst en duurzame kansen voor (wilde) bijtjes. Kristien Justaert, coördinator bij Regionaal landschap Zuid-Hageland (RLZH), en Egbert Asselman, biodiversiteitsmedewerker bij RLZH, wisten vol overtuiging hun enthousiasme op deze bijenliefhebber over te brengen. Maar het project doet nog zoveel meer: ook vleermuizen, steenuilen, torenvalken, eikelmuizen en marterachtigen zijn geholpen in dit project.

Maar hoe dan?

Fruittelers die meededen aan dit project werden gestimuleerd nestblokken in hun boomgaarden te plaatsen en hun spuit- en maaischema’s aan te passen. Dit trekt meer bijtjes en vergroot zo de zekerheid op een goede bestuiving. “Het is een perfecte combinatie van economie en ecologie!”, aldus de enthousiaste Justaert. Rondom de gaard plantten de telers verschillende soorten bloemrijke stroken, heggen, struiken en bomen om zo bijen het hele jaar door van nectar en stuifmeel te voorzien. Volgens Asselman is dit erg belangrijk: “De cocons komen uit in de lente, vòòr de bloesem. Wanneer er op dat moment geen stuifmeel beschikbaar is, verlaten ze de boomgaard. En omdat bijen maar 5 tot 6 weken vliegen, moet de bloeiboog van deze aangeplante heggen en struiken dus duren van begin maart tot eind mei of zelfs begin juni: zo vinden de bijen altijd bloemen – en dus nectar. Want vinden de bijtjes binnen 200 meter geen bloesem, dan gaan ze weg en komen ze niet meer terug.”

Asselman zegt dat het voor fruittelers niet evident is om te kiezen tussen of chemische of natuurlijke middelen voor plaagbestrijding, maar het besef dat natuurlijke bestrijding vaak voordelen heeft, groeit meer en meer. Dit project past helemaal binnen deze nieuwe inzichten. Asselman gaf hier de perenbladvlo als voorbeeld: “De perenbladvlo kan enorme schade aanrichten en zorgen voor 30% minder oogst. Een natuurlijke manier om de perenbladvlo te bestrijden is de oorworm.” Door bomen en struiken aan te planten worden meer natuurlijke plaagbestrijders, zoals oorwormen, aangetrokken. Wanneer telers hun maaischema aanpassen, zijn er meer paardenbloemen en andere stuifmeelleveranciers. Dat is bevorderlijk voor wilde bijen, maar ook voor de oorworm.

Om echter de oorworm zomer én winter in de boomgaard te houden, kan er veel minder chemisch behandeld worden. Dit omdat deze chemische middelen ook slecht zijn voor deze natuurlijke bestrijders en een stabiele populatie oorwormen essentieel is voor een duurzame bestrijding. Zo zoeken telers dus, ondanks dat ze chemisch bestrijden, naar een oplossing waarin ze maximaal rekening houden met het milieu om de natuurlijke bestrijders te sparen en stabiele populaties op te bouwen. “Geïntegreerde bestrijding”, noemt Asselman dit.

Niet alleen de bij is blij

RLZH werkt samen met 30 telers en heeft met hen in de afgelopen 6 maanden bijna 1200 bijenkasten geplaatst. De algemene verarming van de biodiversiteit kan worden aangewezen als belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van wilde bijen. Om deze reden creëerden de projectpartners nestgelegenheden, RLZH alleen al 40, om andere diersoorten te helpen, zoals de vleermuizen, roofvogels, uilen en marterachtigen. Dit zijn allemaal nuttige predatoren ter bestrijding van bijvoorbeeld woelmuizen en woelratten – wederom natuurlijke middelen.

Aanstekelijk enthousiasme

Waarom Justaert zelf zo enthousiast was over dit project, hoefde ik niet eens te vragen. “Pittig Fruit is uniek! Er is sprake van internationale samenwerking, we kunnen over de grens ervaringen uitwisselen. Daarnaast is de bestuivingscrisis een mondiaal probleem en we hebben écht veel resultaten geboekt!”

Ook de telers waren erg enthousiast en geloofden in het project. Justaert werkte in haar carrière al aan meerdere projecten, maar vertelde dat dit erg bijzonder was: “Vaak moet je mensen overtuigen om maatregelen te nemen voor de natuur of hier zelfs een financiële vergoeding tegenover stellen. Bij dit project waren er zelfs vragende partijen om maar mee te mogen doen!”

Einde van project, einde van de inspanningen?

Het project nadert zijn einde, houdt dat dan in dat de bijtjes het weer zelf moeten uitzoeken? “Absoluut niet!” aldus Justaert, “120 fruittelers hebben met RLZH meegedaan, en ze waren allemaal enthousiast, maar in de hele regio zijn er ruim 200 telers. Waarom dan hier stoppen?” Justaert is nu zelf op zoek naar manieren om door te gaan, op lokaal niveau. “Hoe meer biodiversiteit hoe beter!”

Zowel Justaert als Asselman wekten de indruk zo betrokken te zijn, zo achter dit project te staan. Meer Natuur voor Pittig Fruit was al een project dat mij aansprak, maar hun bevlogenheid maakte dit project tot een soort voorbeeldproject voor mij. Het project is kleinschalig (ja, zelfs bij de EU kan dit dus), maar het pakt tegelijkertijd een mondiaal probleem aan. Misschien iets wat ik in mijn achterhoofd kan houden als ik weer eens twijfel aan mijn principe “alle beetjes helpen”?

Alle berichten

Eileen van Dongen is Interreg Reporter binnen het programma van Interreg Volunteer Youth, een initiatief dat deel uitmaakt van het Europese Solidariteitskorps.