Interreg V mikt op nog meer duurzame projecten en groener beleid
Het provinciehuis van Leuven stond vrijdag 29 oktober uitzonderlijk volledig in het teken van duurzame energie . Op die dag werd een evenement georganiseerd door de Grensregio Vlaanderen-Nederland over de bijdrage van de grensregio aan de realisatie van de Europese energiedoelstellingen.
Tijdens deze dag werden de aanwezigen eerst op de hoogte gebracht van de resultaten van het programma “Interreg Vlaanderen-Nederland 2007-2013“ tot nu toe waarna gekeken werd naar de toekomst en vooral naar de nieuwe uitdagingen op het vlak van energie voor de periode 2014-2020.
Na een interessante presentatie van de vertegenwoordigers van de vier projecten Bio Base Europe, Communicatiemodel energiekost voor sociale woningbouw (CEM), Energieconversiepark en Waterstof-regio, was de toon gezet. Ieder project toonde tijdens deze presentatie concreet aan hoe het investeert in duurzame energie. Bio Base Europe onderzoekt hoe energie te winnen uit restfracties, CEM werkt aan een lagere energierekening voor sociale huurders, Energieconversiepark stelt een rekenmodel op om lokale beschikbare biomassa-brandstof om te zetten in energie en Waterstofregio werkt samen aan de grootste waterstofelektriciteitscentrale ter wereld.
Sleutelrol voor innovatie
Na de lunch werden de toekomstperspectieven van zowel Europa, Nederland als Vlaanderen toegelicht. Nadat een vertegenwoordigster van de Europese Commissie, DG Energie de Europese 2020-doelstellingen op het gebied van energie had geïntroduceerd, werden door de heer Hans de Groene, plaatsvervangend Directeur-generaal bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de Nederlandse accenten uiteengezet. Hij gaf aan dat het verzekeren van voldoende duurzame energie een essentiële uitdaging is voor Nederland, waarbij innovatie een sleutelrol zal spelen en op een sterke koppeling met de 2020 agenda van de EU wordt ingezet. Ook moeten er bruggen komen tussen de nationale wetgevingen van beide lidstaten, zodat de samenwerking in de grensregio nog efficiënter en beter kan verlopen.
No time to waste!
De Vlaamse minister van Energie, Freya Van den Bossche, deelt deze mening dat er nog veel werk aan de winkel is. Zij haalde in haar speech onder andere aan dat investeren in energiebesparend en energiebewust wonen vandaag de dag een must is. Het is niet alleen beter voor de samenleving, maar ook veel beter voor uw portefeuille!” “No time to waste!” was de veelbetekenende en allesomvattende slotzin van de minister.
Kort daarop volgde een paneldiscussie met twee professoren op het gebied van duurzame energie en de 4 projectverantwoordelijken. Zij hebben vol overgave hun ideeën en standpunten over energie-efficiency en vermindering van de energieconsumptie toegelicht.
“Zonne-energie een van de motoren voor elektriciteit”
Professor Lucas Reijnders van de universiteit van Amsterdam zweert bij zonne-energie en warmtekrachtkoppeling in combinatie met windenergie als meest duurzame en efficiënte vorm van energieopwekking in dichtbevolkte gebieden als Nederland en Vlaanderen.
Hij voorspelt dat zonne-energie één van de motoren wordt voor elektriciteit in de plaats van biomassa. Zonne-energie zou bijna 12% van de totale energietoevoer kunnen leveren in 2020. De kosten zijn nu nog heel hoog maar het rendement biedt zeer veel potentie. Een hectare zonnecellen is tot 600 maal efficiënter dan een hectare raapzaad.
Bovendien zal door schaalvergroting in zowel productie als toepassing de prijs van zonnepanelen dalen. Wanneer China de productie van zonnepanelen op zich neemt en deze techniek op grote schaal in Afrika wordt toegepast kan deze vorm van energie in de toekomst nog beter concurreren met andere energiebronnen.
Uiteraard moet er ook nog ruimte blijven voor het ontwikkelen van verschillende nieuwe vormen van duurzame energie zoals warmtekrachtkoppeling. Bij deze techniek wordt ’s zomers warmte opgeslagen in de grond, om deze er ’s winters weer uit te halen (seizoensopslag). Als de kinderziektes uit deze technologieën gehaald kunnen worden en ze op grotere schaal gebruikt worden, kan ook dit op grote schaal tot energiebesparing leiden. Daarnaast moet de prijs ook eerlijker gezet worden. Er is een taak weggelegd voor de overheid om er strenger op toe te zien dat kosten van energie correct worden bepaald. Zo moeten de kosten van vervuiling neergelegd worden bij de producent, en niet afgewenteld worden. Op deze manier zal duurzame energie eerder kunnen concurreren met traditionele energiebronnen.
“In de toekomst worden we allemaal prosumers”
Professor Greet Van Eetvelde van de universiteit van Gent, hield een betoog om alle mogelijke onderzoeken en innovatieve ontwikkelingen naar duurzame energiebronnen hoe klein of groot ook, te bundelen in een overkoepelend platform. “Op die manier kunnen we alleen maar leren van elkaar.”
Bovendien worden we allemaal ‘prosumers’. We zullen zowel energie consumeren als produceren. Dit produceren kan op heel veel verschillende manieren. Al deze technologieën zullen grondig getest moeten worden. De diversificatie en onvoorspelbaarheid van deze gedecentraliseerde productie zorgt er echter ook voor dat er moet geïnvesteerd worden in een nieuw ‘smart grid’. Door middel van meters die geplaatst worden bij alle consumenten kan men apparaten stroom laten verbruiken op het moment dat dit het meest efficiënt is. Deze ‘smart grid’ oplossing is een voorwaarde om nieuwe kleinschalige technologieën een kans te geven.
Rol van de overheid
Natuurlijk is het de taak van de overheid om in haar eigen werking zoveel mogelijk gebruik te maken van nieuwe technologieën. Daarbij moet ze ervoor zorgen dat er een beter regelgevend kader wordt opgezet, zodat dergelijke goede initiatieven vlotter gerealiseerd kunnen worden. Bovendien is een lange termijn visie noodzakelijk in het creëren van innovatieve technieken. Het wordt dus opportuun om te investeren in concrete onderzoeksprojecten. Tenslotte is het van enorm belang dat dergelijke goede initiatieven in de toekomst beter “in the picture” komen en meer gecommuniceerd worden naar het grote publiek.
Nieuwe uitdagingen voor de grensregio
Interreg IV a is een Europees programma dat via grensoverschrijdende samenwerking projecten subsidieert, die de duurzame sociaal-economische ontwikkeling stimuleren van de grensregio. Deze grensregio bestaat uit 3 Nederlandse provincies (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) en 5 Vlaamse provincies (Oost-Vlaanderen, Limburg, Antwerpen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant).
De uitwisseling van kennis en know-how bij de ontwikkeling van projecten van bedrijven, onderzoekscentra, universiteiten en andere partners aan de beide zijden van de grens, leidt op die manier tot win-winsituaties voor de beide lidstaten.
Voor Interreg is de toekomstige taak vooral tweedelig. Ten eerste speelt Interreg nu al een rol in het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe technologieën die nog niet rendabel zijn voor massaproductie. Het ligt voor de hand dat Interreg in de toekomst deze doelstelling nog verder uitbouwt. Ten tweede kan Interreg ook op het vlak van energie een brugfunctie vervullen tussen Nederland en Vlaanderen. Dit heeft zowel betrekking op het beleidskader als de verschillende partners die innovatief rond het thema bezig zijn. En zolang deze partners er zijn, moet Interreg dit blijven subsidiëren.
Voor meer info:
Marie De Vliegher
T +32 (0)3 240 69 31
E marie.devliegher@grensregio.eu
Interreg Vlaanderen-Nederland
Albert Building
Belpairestraat 20 B 10
B-2600 Antwerpen (Berchem)
www.grensregio.eu


